1) Ik snap de techniek van de handrem op een echte helling en dat lukt mij goed. Maar het probleem is als ik aan een licht bijvoorbeeld en het is een heel kleine helling (gewoon dat je een klein beetje achteruitbolt zeg maar). Ik leer rijden met een benzine Opel Corsa en elke keer als gewoon mijn koppeling omhoog laat komen, met de andere voet op de rem om dan te wisselen naar gas geven val ik veel keer stil. Hoe kan ik dit verhelpen moet ik dan echt elke keer de handrem gaan gebruiken? Of moet ik meer gas gaan geven? Sinds nu heb ik altijd heel veel schrik als ik op een kleine helling zit en er een auto achter mij zit.
Klinkt als dat je de koppeling te snel te ver laat komen.
Een koppeling bestaat uit 2 ronde platen.
Een plaat wordt door de motor aangedreven, de tweede plaat zit vast aan de versnellingsbak en zodanig aan de rest van de auto.
Met het indrukken van het koppellingspedaal duw je die twee platen uit elkaar. Er is dan geen verbinding meer tussen de plaat van de motor en die aan de versnellingsbak. De motor is dus niet meer in staat kracht over te brengen op de rest van de auto. De plaat aan de motorkant blijft wel draaien, die wordt immers nog wel door de motor aangedreven. De plaat aan de versnelllingsbakkant komt tot stilstand samen met de rest van de auto.
Bij vertrek laat je het koppelingspedaal opkomen en breng je de twee platen naar elkaar toe. Op een bepaald punt beginnen de twee platen elkaar te raken. Dit wordt het aangrijppunt genoemd. Wanneer dit punt bereikt wordt draaien de twee platen op een andere snelheid. Bij vertrek uit stilstand zal de plaat aan motorzijde reeds draaien gezien die door de motor wordt aangedreven. De plaat aan versnellingsbakzijde staat in eerste instantie stil.
Nu heeft de mechanika even tijd nodig.
Het is onmogelijk om iets wat massa of gewicht heeft ogenblikkelijk vanuit stilstand naar snelheid te brengen. Kijk maar hoe een raket vertrekt. Motoren starten en vervolgens begint de raket te stijgen, eerst traag en dan steeds sneller. Hetzelfde gebeurt overal waar je een massa in beweging wil brengen. Op het moment dat de koppelplaten elkaar beginnen te raken moet je dat punt even vasthouden. Die tijd is nodig om de platen toe te laten op dezelfde snelheid te komen en om de motor toe te laten zijn kracht geleidelijk over te brengen. Een massa ineens van 0 naar X km/u brengen kan geen enkele motor aan. Wanneer je dat probeerd door de koppelingplaten ineens volop te verbinden zal de motor zeggen: "Hela, da's teveel ineens he, ik kap ermee."
Eenmaal de koppelingsplaten op dezelfde snelheid zijn kan je het koppelpedaal verder laten opkomen. De koppelingsplaten worden dan met veren op elkaar gedrukt en hierdoor kan de motor zijn kracht volledig doorgeven. Het samendrukken van de platen met veren zorgt ervoor dat de platen niet over elkaar gaan slippen. Hoewel de tijd dat je het aangrijppunt moet vasthouden kort kan zijn, soms minder dan een halve seconde, is die tijd wel iedere keer nodig.
Ik stel voor enige oefening in het rijden met "slippende koppeling".
Je drukt het koppelingspedaal in, start de auto, schakeld in eerste versnelling.
Laat nu het koppelingspedaal opkomen tot het aangrijppunt en hou dit punt even vast.
De auto zal zich traag in beweging zetten gezien op het aangrijppunt de kracht van de motor wordt overgebracht.
Druk het koppelingspedaal opniew in en de auto zal rustig tot stilstand rollen.
Herhaal dit een aantal maal om dat aangrijppunt te vinden.
Ga vervolgens rijden, zo traag mogelijk, door af en toe met het koppelingspedaal het aangrijppunt aan te houden. Iedere keer duwt de motor de auto een klein beetje verder. Op deze manier kan je de auto zeer traag laten rijden, zonder gas geven of remmen. Ga dit vervolgens doen in 2e versnelling. In die versnelling kan je de auto op deze manier traag in beweging houden. Alleen wanneer je volledig tot stilstand komt moet je weer even terug naar 1e om weer te vertrekken. Bij de meeste auto's kan je gewoon in 2 versnelling rijden zonder gas te geven. Het stationaire toerental van de motor levert voldoende kracht om de auto gewoon in beweging te houden. Stoppen doe je dan door te remmen. ( wel koppelingspedaal indrukken om niet stil te vallen )
Dan nu die helling.
Wanneer je vertrekt op een helling gebeurd precies hetzelfde.
Alleen moet de motor de auto niet alleen vooruit duwen maar ook omhoog. Hiervoor is meer kracht nodig.
Zeer lichte helling.
Blijf eerst remmen.
Laat het koppelingspedaal opkomen tot op het aangrijppunt. Hou het pedaal vast op die plek. Normaal is de kracht die de motor overbrengd op dat moment voldoende om de auto ter plaatse te houden. De motor levert dus genoeg kracht om niet achteruit te rollen.
Stop met remmen en begin gas te geven.
Laat het koppelingspedaal verder opkomen en je vertrekt.
Middelmatige helling.
Zet de handrem aan.
Geef nu eerst een beetje gas.
Laat het koppelingspedaal opkomen tot op het aangrijppunt. Nu is de kracht van de motor niet voldoende meer om de auto ter plaatse te houden, de helling is daarvoor teveel. Vandaar dat we beginnen met het geven van een beetje gas.
De combinatie van een beetje gas geven en de koppelingsplaten die reeds op het aangrijppunt elkaar raken zorgen ervoor dat de auto vooruit wil. Dat kan je horen aan het motorgeluid en kan je ook merken aan het feit dat de voorzijde van auto licht omhoog komt. De motor oefent immers kracht uit maar word tegengehouden door de handrem.
Zet nu de handrem uit.
Laat het koppelpedaal niet ineens te snel verder opkomen maar doe dat geleidelijk, sta de motor toe zijn kracht geleidelijk over te brengen en niet abrupt.
Terwijl je het koppelingspedaal verder laat opkomen geef je ook iets meer gas en de auto vertrekt zonder achteruit te rollen.
In beide gevallen hou je het koppelingspedaal vast op het aangrijppunt vooraleer het volledig te laten opkomen.
Er is wel een verschil tussen diesel en benzine motoren. Diesel motoren hebben meer kracht in de lage toeren, dus de toeren bij vertrek. Hierdoor is de hele actie iets makkelijker met een diesel motor dan met een benzine motor. Bij benzine zal je wat eerder moeten gebruik maken van de handrem. Zal je het aangrijppunt iets langer moeten vasthouden, maar het verschil is iets van een kwart of halve seconde. De handelingen komen op hetzelfde neer. Gewoon oefenen.