sting schreef:xantingo schreef:Wat blijft er dan nog over?
Gevonden:
De bestuurder die van richting verandert moet voorrang verlenen aan de weggebruikers die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen ; de rechter verantwoordt zijn beslissing niet naar recht, wanneer hij de bestuurder van een voertuig vrijspreekt die rechts afslaat, op grond dat hij zijn manoeuvre aangekondigd heeft met zijn rechter richtingaanwijzers, dat hij heeft moeten stoppen om voetgangers door te laten, dat de aanwezigheid van zijn voertuig een hindernis was geworden die voorzien kon worden door de bestuurster van de bromfiets, die langs de rechterkant reed van de rijbaan die het voertuig wou verlaten, en dat de plaatsgesteldheid haar toeliet rond de hindernis te rijden, zodat zij deze had moeten vermijden, zonder vast te stellen dat het gedrag van de voorranggerechtigde bestuurster van de bromfiets de voorrangplichtige bestuurder in zijn normale verwachtingen heeft bedrogen, zodat dit gedrag voor laatstgenoemde een geval van overmacht was die hem ontsloeg van zijn verplichting om voorrang te verlenen.
Het gaat in deze zaak om een bromfiets die aan de rechterkant van de rijbaan (geen fietspad) een gestopte wagen voorbijreed en aangereden werd door de bestuurder die rechts afsloeg en stelt dat in die situatie 19.4 wel degelijk van toepassing is.
Dergelijke arresten zijn wat mij betreft eens te meer een stimulans om vooral zo rechts mogelijk te rijden, en zo fysiek zeker te verhinderen dat er nog (brom)fietsers rechts voorbij zouden kunnen.
Het zou me trouwens stevig verwonderen mocht je je eigen gedachtengang nog volgen indien het plots om een motorrijder of autobestuurder zou gaan die daar net hetzelfde probeert te forceren ...
Dit arrest zaait meer verwarring dan het duidelijkheid oplevert - en volgens mij vergalopeer je je dan ook danig om dit als een "universeel" gegeven in te roepen.
Het HvC stelt hier, net als de rechters voordien trouwens, vast dat beiden op hetzelfde deel van de weg reden.
19.4 kan dus per definitie niet van toepassing zijn, tenzij men toelaat dat het HvC de wetgeving herschrijft; en toelaat dat wat de wetgever als eenzelfde deel van de weg benoemt, in de rechtspraak plots als
"een ander deel van dezelfde weg" beschouwd wordt.
Dat kan natuurlijk niet als we in het verkeer nog enige rechtszekerheid willen overhouden.
Mogelijk verslikt het Hof van Cassatie zich hier wel wat, maar dat is maar een
fait-divers want daar gaat het uiteindelijk ook helemaal niet om.
Het gaat om de motivering van het voorliggende vonnis :
op grond dat hij zijn "manoeuvre" aangekondigd had met zijn rechter richtingaanwijzers, dat hij heeft moeten stoppen om voetgangers door te laten, dat de aanwezigheid van zijn voertuig een hindernis was geworden die door de bestuurster van de bromfiets, te dezen eiseres, voorzien kon worden, en dat, ten slotte, de plaatsgesteldheid haar toeliet rond de hindernis te rijden, zodat zij deze had moeten vermijden ;
En daarvoor is er dus geen rechtsgrond, met als gevolg :
Dat de appèlrechters, door die vermeldingen, hun beslissing niet naar recht verantwoorden ;
Dat het middel, wat dat betreft, gegrond is ;
Er staat dus niet zozeer dat Art 19.4 van toepassing is - want daar gaat het arrest uiteindelijk ook niet over - maar dat de gevolgtrekkingen en motiveringen van de lagere rechter niet kloppen met wat hij vaststelde en het vonnis dus niet naar recht verantwoord is.
De voorrang bij het afslaan naar rechts wordt uiteraard geregeld door Art 19, in zoverre dit toepasselijk is.
De lagere rechter had dan ook, vertrekkend daarvan, moeten bepalen of dit al dan niet van toepassing was ; had moeten bepalen waarom dat wel of niet het geval was ; en had eventueel moeten bepalen wat dan wel van toepassing was, en waarom.
De wagen was namelijk ook al gestopt, en zette zich weer in beweging.
Had hij reeds opneiuw een normale rijpositie ingenomen

Niet vermeld.
Op het tijdstip van het ongeval was dat dus nog een maneuvre, maar de lagere rechter, hoewel hij het vermeldde, gaat er niet verder op in.
De enige manier om onder de voorrangsverplichting bij een maneuver uit te raken, is echter de onvoorzienbaarheid van de andere partij - en zoals het arrest duidelijk stelt, is die onvoorzienbaarheid niet beoordeeld.
De voorrangssituatie bij het rechts afslaan voor bestuurders die zich beide
op hetzelfde deel van een weg bevinden, is nergens in de wegcode specifiek bepaald.
Waarschijnlijk omdat het een nogal lastig te regelen iets is.
Je moet namelijk tegelijk zien dat je een werkbare regeling krijgt voor dat specifieke geval, terwijl je toch 19.4 overeind houdt, en terwijl je toch het rechts afslaan op meerdere rijstroken (dus op hetzelfde deel van de weg) blijft toelaten ...
Bij afwezigheid van een specifieke regeling, vallen we terug op de algemene regel : 12.3.1 .