Lieve schreef:Ik probeer er alleen ook de logica van in te zien. En als ik mij daar vragen bij stel, stel ik ze dus hier ook.
Dat is op zichzelf zeer lovenswaardig, en dit forum is daarvoor een uitstekende plaats. Regels waarvan je de logica kunt vatten, kun je immers gemakkelijker onthouden.
Voor een aantal regels in de wegcode valt er ook wel een logica te ontwaren. Een voorbeeld:
AR 17.1. Links inhalen is verboden wanneer de bestuurder de tegemoetkomende weggebruikers niet van ver genoeg kan opmerken om het inhalen zonder gevaar voor ongevallen uit te voeren.
Logisch dat, als je de tegenliggers niet van ver genoeg kunt zien aankomen, inhalen tot een frontale aanrijding kan leiden.
Voor andere regels is het evenwel onmogelijk om er enige logica aan vast te knopen.
Soms is dat zo omdat er nu eenmaal een keuze moest gemaakt worden. Bijvoorbeeld: waarom rijden we rechts? Volgens de Engelsen is de linker kant meer aangewezen, omdat het de natuurlijke manier is om elkaar te kruisen. Zo konden vroeger de ridders te paard hun zwaard uit zijn schede, die links van het lichaam hing, trekken, om er elkaar met de rechter arm mee te lijf te gaan. En zo kun je nu te voet gemakkelijker iemand de rechter hand drukken.
Dikwijls zijn regels evenwel louter het resultaat van één of andere bizarre hersenkronkel van diegene die op dat ogenblik in de regering het wegverkeer onder zijn bevoegdheid heeft. We merken dan dat er, zoals onder Landuyt, bepaalde regels herhaaldelijk gewijzigd worden, en door zijn opvolger alweer in vraag gesteld worden. En nu zal Landuyt wel politieke kwaliteiten hebben (anders was hij zo ver niet geraakt), maar je kunt hem er onmogelijk van verdenken dat hij enig gezond verstand zou hebben.
Bij wijzigingen verzuimt men ook dikwijls na te gaan of de desbetreffende bepalingen aldus nog te rijmen vallen met andere artikels. Een voorbeeld: toen de inhoud van AR 7.1 gewijzigd werd, heeft men nagelaten AR 59.12 aan te passen. Het resultaat is:
AR 59.12. De bepalingen van artikel 7.1 gelden niet voor het rijkswacht-, politie- en douanepersoneel wanneer hun opdracht het rechtvaardigt.
Merk op dat er hier nog sprake is van de rijkswacht, die al lang niet meer bestaat.
AR 7.1. Elke weggebruiker moet de bepalingen in dit reglement naleven.
[...]
Heel wat minder begaafde politiemensen leiden hieruit af dat ze, als hun opdracht het rechtvaardigt, geen enkele bepaling van het verkeersreglement nog zouden moeten naleven.
Volgens deze fractie zouden ze, als hun opdracht het rechtvaardigt, bijvoorbeeld tijdens de spits met 3 naast elkaar tegen 200 km/h mogen spookrijden op de Ring rond Brussel of Antwerpen, en hun dienstvoertuig parkeren op een overweg op het ogenblik dat er een trein aankomt. Onzin natuurlijk, maar maak het hen maar eens wijs.
Indien, wanneer hun opdracht het rechtvaardigt, het hele verkeersreglement voor hen niet meer zou gelden, dan zou immers ook AR 59.12, dat er hen zogezegd van ontslaat, niet meer gelden. Maar een dergelijke redenering is voor voormelde fractie van de politiemensen al veel te hoog gegrepen.
Halen we er dan ook nog de rechtspraak bij, en in het bijzonder de arresten van het Hof van Cassatie, die bindend zijn voor alle lagere rechtbanken, doch dikwijls regelrecht het tegengestelde van het verkeersreglement stellen, dan komen we tot de conclusie van Xantingo:
Ik was vroeger ook van dat gedacht, maar hoe meer je de wegcode bestudeert, hoe minder je de logica gaat zoeken.
Dat neemt niet weg dat ik soms ook wel eens een overtreding bega in het belang van de vlotheid van het verkeer. Stel dat ik op een autosnelweg op de middenrijstrook rijd, omdat ik een personenwagen en de daarvoor rijdende vrachtwagen ga inhalen. Als ik dan zie dat die personenwagen de voor hem rijdende vrachtwagen zo dicht genaderd is dat hij hem wil gaan inhalen, en de linker rijstrook is vrij, dan begeef ik mij naar de linker rijstrook, zodat die personenwagen niet vast zit achter die vrachtwagen. Strikt genomen mag ik dat natuurlijk niet doen, want ik moet zo dicht mogelijk bij de rechter rand van de rijbaan rijden.
Ik ga ook een oud menske dat slecht te been is en 1 meter naast een oversteekplaats voor voetgangers de rijbaan oversteekt, de stuipen niet op het lijf jagen met mijn claxon. Integendeel, ik zal desnoods nog stoppen en uitstappen om haar veilig naar de overkant te helpen. Ook al staan er dan 10 achter mij te claxoneren. Het woord "verkeer" komt van het werkwoord "verkeren", d.w.z. met elkaar omgaan, en heeft derhalve ook een sociaal aspect: de manier waarop we met elkaar omgaan in het wegverkeer (als cowboys of beschaafde mensen).
Ook hoffelijkheid is voor mij geen vreemd woord. Even wat vertragen en een lichtsignaal geven opdat een tegenligger die linksaf wil slaan, daar geen eeuwigheid zou moeten staan wachten, net als al zijn achterliggers, vind ik heel gewoon.
Maar over het algemeen verzaak ik aan mijn voorrang ten opzichte van "zwakke" weggebruikers enkel als het niet anders kan om een ongeval te vermijden. Want velen onder hen gaan er volkomen ten onrechte van uit dat ze altijd voorrang zouden hebben. En ik wil hen, in het belang van hun eigen veiligheid, niet versterken in die misvatting.
De boetes die ik al gekregen heb sinds mijn 18de (38 jaar geleden), behoren vrijwel alle tot 2 categorieën: parkeerboetes (ik kan het verhuren van de openbare weg niet in overeenstemming brengen met mijn geweten), en snelheidsboetes (nooit omdat ik te snel gereden had, alleen maar sneller dan toegestaan, en dus niet om de verkeersveiligheid te verbeteren, doch louter om het kaske te spijzen).