Kruispunt met een verhoogde inrichting.
Auto's 'A' , 'B' , 'C' en fietser 'D' zijn in beweging.
In welke volgorde mogen zij het kruispunt oprijden?
A/ 'B' - 'D' - 'C' - 'A'.
B/ 'D' - 'B' - 'C' - 'A'.
C/ 'D' - 'C' - 'B' - 'A'.
antwoord B
Ik snap niet goed waarom D eerst mag, voetganger heeft toch enkel maar voorrang op zebrapad of is dit een zebrapad?
en hier
In het midden van het kruispunt staat een agent met beide armen horizontaal gestrekt.
Wie mag als eerste verder rijden?
A/ 'B' en 'A' tegelijkertijd.
B/ 'C'.
C/ De fietser.
antwoord c
Is het omdat de fietser rechtdoor moet?
Eerlijk gezegd dacht ik omdat het geen echt fietspad was dat ie ze'n voorrang verloor.
Dus dacht enkel A




