69.1. De gebodsborden worden aangebracht op de plaats waar zij het best zichtbaar zijn.
D1: Verplichting de door de pijl aangeduide richting te volgen.
De plaatsgesteldheid bepaalt de stand van de pijl.
Wanneer het verkeersbord dat een niet-gebogen pijl voorstelt, op een hindernis geplaatst is, betekent het dat langs de door de pijl aangeduide richting moet voorbijgereden worden.
Mijn stelling is dat de D1 (verplichte richting) geldt vanaf waar het geplaatst is, als je er voorbij gereden bent..
Ook voor een C1 wordt negens bepaald vanaf waar het geldt en toch gaan we er vanuit dat je vanaf waar de C1 geplaatst is je het niet mag voorbijrijden.
Op een T-kruipunt staat de D1 vaak aan de overkant van de straat en dan geldt:
Wanneer het verkeersbord dat een niet-gebogen pijl voorstelt, op een hindernis geplaatst is, betekent het dat langs de door de pijl aangeduide richting moet voorbijgereden worden.
Vaak geplaatst tegen een gevel, soms een grasperkje, een vangrail, een middenberm, een hek, voor een weide op de berm of de beek, een kanaal, enz... hetgeen in dat geval de hindernis is.
In dat geval ben je de D1 nog niet voorbij gereden maar staat wel op de plaats waar het best zichtbaar is.
Dus als het om een
hindernis gaat waarlangs een bepaalde richting moet gereden worden, hoeven (kunnen) we de D1 niet voorbij te rijden.
Is er geen hindernis dan geldt de verplichte richting vanaf het bord D1.
De wegcode heeft misschien de plaatsing bewust vaag gehouden om een zekere flexibiliteit te kunnen voorzien tussen hindernis of geen hindernis.
Volg gewoon de richting van de logica...
ps:
fig. 1 Waarom staat de D1 daar eigenlijk? Lijkt mij overbodig.
fig. 2 Moet de zijstraat links niet voorzien worden van een C1?