Ik heb een vraag ivm deoefenvragen van het hoofdstuk voorrang. (Wetgeving in België) Helaas kon ik niet een foto invoegen, ik weet niet hoe men dat doet. In vraag 22 is de juiste antwoord c. Dat betekent dat de blauwe auto eerst mag rijden, ondanks het fit dat hij voorrang moet verlenen (een voorragsbord) en dat de bromfiets rechtdooor rijdt en de auto een bocht maakt. Van hier kan ik verstaan dat doordat de bromfiets zich op een aardweg bevindt, hij ALTIJD voorrang moet verlenen. Dezelfde situatie in vraag 23. HELAAS, op vraag 24 heb je JUIST DEZELFDE situatie, helaas krijgt bromfiets D de voorrang.
Hoe verklaar je dat?
vraag
-
Benny Stinkens
- Administrator
- Berichten: 6823
- Lid geworden op: 27 apr 2005, 00:00
- Locatie: Dilsen
Re: vraag
Dag Davina,
De situatie in vraag 22 en 23 zijn niet helemaal hetzelfde als in vraag 24.
Bij vraag 24 is er namelijk een bevoegd persoon aanwezig.
Maar eerlijkheidshalve moet ik je zeggen dat we nog geen sluitend antwoord kunnen geven, omdat we net zoals in vraag 22 en 23 met een paar elementen zitten die elkaar tegenspreken.
We gaan dus eerst even achter de schermen overleggen zodat we het juiste antwoord kunnen brengen gestaafd met de juiste wetteksten.
Even geduld dus aub.
Mocht het je gerust stellen:
Deze vraag word niet gesteld op een echt examen.
De situatie in vraag 22 en 23 zijn niet helemaal hetzelfde als in vraag 24.
Bij vraag 24 is er namelijk een bevoegd persoon aanwezig.
Maar eerlijkheidshalve moet ik je zeggen dat we nog geen sluitend antwoord kunnen geven, omdat we net zoals in vraag 22 en 23 met een paar elementen zitten die elkaar tegenspreken.
We gaan dus eerst even achter de schermen overleggen zodat we het juiste antwoord kunnen brengen gestaafd met de juiste wetteksten.
Even geduld dus aub.
Mocht het je gerust stellen:
Deze vraag word niet gesteld op een echt examen.
Bezit paardenkrachten onder je motorkap, stop een tijger in je tank, maar wees geen ezel achter het stuur.




