Hallo,
Ik heb een vraagje over de oefenvragen van voorrang.
Beschouw vraag 23, het antwoord is daar: B/ 'B' - 'C' - 'A' - 'D'.
Beschouw vraag 24, het antwoord is daar: B/ 'D' - 'A'.
Ik begrijp niet waarom bij vraag 24 de bromfiets eerder mag dan A. De politieagent bepaalt toch enkel welke auto's mogen doorrijden, maar de voorangsregels van vraag 23 gelden dan toch nog steeds?
Bedankt!
Mvg,
Tom
Oefenvragen voorrang
-
Stefan Peeters
- Administrator
- Berichten: 4577
- Lid geworden op: 16 aug 2007, 11:37
- Locatie: Wechelderzande
De bevelen van een politieagent gaan boven de verkeersregels.
In dit geval:
de politieagent geeft teken dat de bromfiets en de blauwe auto mogen verder rijden.
Op dat ogenblik geldt de regel dat de blauwe auto, die wil afslaan, voorrang moet geven aan de tegenligger.
In dit geval:
de politieagent geeft teken dat de bromfiets en de blauwe auto mogen verder rijden.
Op dat ogenblik geldt de regel dat de blauwe auto, die wil afslaan, voorrang moet geven aan de tegenligger.
Als ik zou willen dat je het begreep, legde ik het wel beter uit
(J. Cruijff)




