40.4.2. Op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten, mag de bestuurder een oversteekplaats voor voetgangers slechts met matige snelheid naderen. Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden of op het punt staan zich erop te begeven.
De wegcode spreekt over een oversteekplaats, zonder meer.. Voorrang zou dus over heel de breedte van de oversteekplaats gelden.
Maar de gezond verstandsregel zegt mij dat je pas voorrang moet verlenen van zodra de voetgangers ongeveer aan de middenberm komen, zodat zij gelegenheid krijgen om het oversteken met een normale gang te verder zetten.
Zo zijn er nog meer wegen waar rijbanen met meerdere rijstroken gescheiden worden door een middenberm en waar een oversteekplaats voor voetgangers ligt. 20 seconden op voorhand stoppen omdat een voetganger aan de andere begint met het oversteken zou het verkeer onnodig hinderen.
Als er geen middenberm is, maar wel een brede baan, moet je wel reeds stoppen als voetgangers links aan de overkant op het punt staan om over te steken.
Anders riskeren die voetgangers om halverwege de rijbaan te moeten wachten tot ze wel degelijk voorrang krijgen en staan ze daar ondertussen in gevaar.