Vraag 17 van de oefeningen van Kruisen en Inhalen:
Theorie:Mag ik een auto inhalen nabij een oversteekplaats voor fietsers, waar geen lichten staan en geen bevoegde persoon?
A/ Neen.
B/ Ja, in de bebouwde kom.
C/ Ja, als de auto voor mij niet vertraagt of stopt.
De theorie zegt dus dat enkel als de auto die voor mij rijdt, niet vertraagt of stopt, ik die auto niet mag inhalen. Ik interpreteer dit als: als die auto niet vertraagt en niet stopt, mag ik die wel inhalen (of ik dat veilig vind is een andere zaak).Waar is [...] inhalen [van o.a. een auto] verboden:[...]
- Een bestuurder die een oversteekplaats voor voetgangers nadert, er vertraagt of er stopt mag NIET ingehaald worden.
- Een bestuurder die een oversteekplaats voor fietsers of bromfietsers nadert, er vertraagt of er stopt mag NIET ingehaald worden.
Dus antwoord ik bij de oefeningen "C: Ja, als de auto voor mij niet vertraagt of stopt.", maar het oefenprogramma geeft dan als feedback:
Ik heb dus het gevoel dat de oefeningen en de theorie elkaar tegenspreken, maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik iets verkeerd interpreteer. Is het misschien beter om in de theorie niet te spreken over vertragen en stoppen als het uiteindelijk toch niet uitmaakt of de auto die voor jou rijdt vertraagt of stopt?Juist = A
Sinds 1/1/2004 is inhalen nabij een oversteekplaats voor fietsers of voetgangers verboden.




