Hallo allemaal,
Ik heb nu ruim 2 maanden mijn voorlopig rijbewijs en alles gaan vrij vlot. Ik heb er intussen bijna 5000 kilometer (!!) opzitten, samen met mijn begeleider(s) wel te verstaan. Er is echter iets waar ik het niet eens over geraak met mijn ouders (begeleiders).
Ik kom aan aan een kruispunt waar ik rechtdoor wil rijden. Er staat echter vlak voor het kruispunt een wagen geparkeerd. Hoe zit het dan met pinken. Moet ik pinken om duidelijk te maken dat ik langs een obstructie wil doorrijden? Ga ik daarmee mijn achterliggers geen verkeerde signalen geven? Ik wil immers rechtdoor rijden en niet links of rechts afslaan.
Groetjes
Gunther
Pinkervraag
-
GRO
- Administrator
- Berichten: 13538
- Lid geworden op: 26 mar 2005, 00:00
Als je een zijdelingse verplaatsing maakt, hoe klein ook, moet je de pinkers opzetten.
WEET JE NOG, binnen de bebouwde kom stopt een bus bijna tegen de borduur om passagiers te laten uitstappen.
Als die bus vertrekt (dus eigenlijk verder rechtdoor rijdt), dan zet die eerst de linkerrichtingsaanwijzer aan.
WEET JE NOG, binnen de bebouwde kom stopt een bus bijna tegen de borduur om passagiers te laten uitstappen.
Als die bus vertrekt (dus eigenlijk verder rechtdoor rijdt), dan zet die eerst de linkerrichtingsaanwijzer aan.
-
Jozef
- Medewerker
- Berichten: 3989
- Lid geworden op: 28 mar 2005, 12:02
- Locatie: Schönau am Königssee (D)
Ja, maar in dit geval heeft het gebruik van de linker richtingsaanwijzers ook nog een andere reden: het is een vereiste om voorrang te hebben bij het verlaten van de halte.eugeen schreef:WEET JE NOG, binnen de bebouwde kom stopt een bus bijna tegen de borduur om passagiers te laten uitstappen.
Als die bus vertrekt (dus eigenlijk verder rechtdoor rijdt), dan zet die eerst de linkerrichtingsaanwijzer aan.
Dus: geen richtingsaanwijzers of richtingsaanwijzers pas aangestoken op het ogenblik van het verlaten van de halte = geen voorrang.AR 39. Binnen de bebouwde kommen moet elke bestuurder die dezelfde richting volgt als een autobus of een trolleybus, die autobus- of trolleybusbestuurder gelegenheid laten zijn halteplaats te verlaten wanneer hij met de richtingsaanwijzers zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt zijn voertuig opnieuw in beweging te brengen. Daartoe moet hij vertragen en, zo nodig, stoppen.
In dat geval en in afwijking van de bepalingen van artikel 12.4., moeten de autobus- en de trolleybusbestuurders geen voorrang verlenen aan de andere bestuurders die dezelfde richting volgen.




