Ik heb een vraag over verkeerssituaties waarin slechts in beperkte mate met borden en markeringen duidelijk wordt gemaakt hoe het zit met de voorrang. Ik schets twee situaties:
1) Ik kom op een kruispunt en er zijn borden B1+B5. Ik moet dus voorrang geven. Ik sla af. Ik weet echter niet of ik te maken heb met een voorrangsweg. Het kan ook zijn dat de voorrang geregeld was met een bord B15 in plaats van B9. Ik kom geen bord B9 meer tegen. Ik neem dus aan dat ik niet op een voorrangsweg rijd. Bij het volgende kruispunt stop ik dus voor een auto die van rechts komt. Echter: vreemd genoeg komt het voor dat die auto die van rechts komt toch een stopstreep heeft en een bord B5. Dus ik ben voor niets gestopt. Het punt is dus dat het voor de andere weggebruiker voldoende duidelijk is dat hij voorrang moet verlenen, maar ik heb alleen de stopstreep en de achterkant van een bord B5 om conclusies aan te verbinden. Heeft een stopstreep soms dezelfde betekenis als haaietanden?
Als je zo'n situatie kent, is er geen probleem. Maar hoe moeten we dit soort situaties in het algemeen plaatsen? Immers: als weggebruiker minder ik vaart of stop ik zelfs, zodat de andere weggebruiker de indruk kan krijgen dat hij kan rijden. Dit lijkt mij potentieel gevaarlijk.
2) Ik rijd op een weg die doorgaans voorrang heeft op de kruisende wegen. Echter: ineens doemt er een weg op waarvan men zich af kan vragen of het een verharde weg is (geen asfalt, maar bijvoorbeeld kasseien). Het lijkt erop dat de wetgever denkt dat ik zelf kan verzinnen dat ik voorrang heb op een zo duidelijk minder belangrijke weg. Maar als ik strikt redeneer, moet ik de bestuurder die van rechts komt toch voorrang geven. Hoe te handelen, bijvoorbeeld in een examensituatie?
Alvast bedankt voor het meedenken en -'discussiëren',
Albert
Vraag over voorrang bij beperkte signalering
-
aoosterh
- Berichten: 45
- Lid geworden op: 06 nov 2007, 11:56
-
GRO
- Administrator
- Berichten: 13538
- Lid geworden op: 26 mar 2005, 00:00
Er zijn twee zaken:
1. De verkeersregels i.v.m. de voorrang (VOORRANGSREGELS)
2. Er zijn de borden en wegmarkeringen die aangebracht zijn door de wegbeheerder.
Soms is de signalisatie vrij slordig aangebracht en dat maakt het voor bestuurders niet altijd gemakkelijk. En in het ergste geval moet er eerst een zwaar ongeluk gebeuren voor men ingrijpt.
1. De verkeersregels i.v.m. de voorrang (VOORRANGSREGELS)
2. Er zijn de borden en wegmarkeringen die aangebracht zijn door de wegbeheerder.
Soms is de signalisatie vrij slordig aangebracht en dat maakt het voor bestuurders niet altijd gemakkelijk. En in het ergste geval moet er eerst een zwaar ongeluk gebeuren voor men ingrijpt.
-
Inazuma
- Berichten: 12085
- Lid geworden op: 04 mei 2006, 00:00
Re: Vraag over voorrang bij beperkte signalering
Normaal MOET dan een B9/B15 geplaatst worden,aoosterh schreef: 1) Ik kom op een kruispunt en er zijn borden B1+B5. Ik moet dus voorrang geven. Ik sla af. Ik weet echter niet of ik te maken heb met een voorrangsweg. Het kan ook zijn dat de voorrang geregeld was met een bord B15 in plaats van B9. Ik kom geen bord B9 meer tegen. Ik neem dus aan dat ik niet op een voorrangsweg rijd. Bij het volgende kruispunt stop ik dus voor een auto die van rechts komt. Echter: vreemd genoeg komt het voor dat die auto die van rechts komt toch een stopstreep heeft en een bord B5
maar er zijn een paar situaties waarin de B9/B15 niet geplaatst dienen te worden :
http://wegcode.be/wet.php?wet=11&node=art8#8.3
3° Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien terzelfdertijd het verkeersbord B9 of B15 wordt geplaatst op de openbare weg of op de rijbaan die gevolgd wordt door de bestuurders aan wie voorrang moet verleend worden.
De verkeersborden B9 of B15 moeten evenwel niet geplaatst worden :
a) indien het verkeersbord B5 op een pad of een aardeweg geplaatst is;
b) indien hun plaatsing, wegens de bijzondere plaatsgesteldheid, de bestuurders kan misleiden omtrent de voorrangsregels aan het volgende kruispunt
c) indien het verkeersbord B5 alleen betrekking heeft op fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.
d) Wanneer het verkeersbord B5 geplaatst is aan de uitgang van een zone afgebakend door de verkeersborden F12a en F12b.
Als niet aan één van die uitzonderingen voldaan is, moet er een voorrangsbord B9 of B15 op de voorrang hebbende weg staan.
Je kan de verantwoordelijke wegbeheerder inlichten, maar het is vechten tegen de bierkaai / windmolens.
Blijkbaar is men daar niet echt bezig met veilige wegen of het naleven van de wetgeving ...
De wegmarkeringen op zich bepalen niet de voorrang, maar de plaats waar de voorrang verleend dient te worden ten gevolge van de verkeersborden.Heeft een stopstreep soms dezelfde betekenis als haaietanden?
Die situaties zijn inderdaad gevaarlijk - en kunnen leiden tot betwistingen aangezien beide bestuurders in principe voorrangsplichtig zijn : de ene wegens een B1 of B5 , de andere wegens voorrang van rechts waar geen voorrangsbord staatAls je zo'n situatie kent, is er geen probleem. Maar hoe moeten we dit soort situaties in het algemeen plaatsen? Immers: als weggebruiker minder ik vaart of stop ik zelfs, zodat de andere weggebruiker de indruk kan krijgen dat hij kan rijden. Dit lijkt mij potentieel gevaarlijk.
Dat is één van de pijnpunten in de verkeerswetgeving.2) Ik rijd op een weg die doorgaans voorrang heeft op de kruisende wegen. Echter: ineens doemt er een weg op waarvan men zich af kan vragen of het een verharde weg is (geen asfalt, maar bijvoorbeeld kasseien).
Een pad en zeker een aan de aansluiting verharde aardeweg is vaak niet als zodanig herkenbaar, maar lijkt een gewone weg.
De wegcode dateert nog uit een tijd dat paden en aardewegen duidelijk als zodanig herkenbaar waren.Het lijkt erop dat de wetgever denkt dat ik zelf kan verzinnen dat ik voorrang heb op een zo duidelijk minder belangrijke weg.
Maar tegenwoordig is ook een voormalige "aardeweg" vaak (gedeeltelijk) verhard, en een (wandel- en fiets-) pad soms niet meer te onderscheiden van een smalle gewone weg




