Vraag 151:
"Het is avond. Je parkeert de auto op een niet verlichte rijbaan. Welke lichten moeten branden?'
1. Standlichten
2. Twee rode achterlichten
3. De dimlichten
A. Alleen 1
B. 1 en 2
C. 1,2 en 3
Ik snap dat je de standlichten moeten aandoen en de achterlichten ook, maar is het altijd dat je twee rode achterlichten moet aansteken? In LES 11 lijkt het namelijk dat er wordt gezegd dat er één of twee rode lichten moeten branden.
151
-
bert.covens
- Berichten: 4824
- Lid geworden op: 13 sep 2009, 10:11
- Locatie: hemiksem
Re: 151
De basisregel, is dit :RML schreef: 30 mar 2026, 17:33 Vraag 151:
"Het is avond. Je parkeert de auto op een niet verlichte rijbaan. Welke lichten moeten branden?'
1. Standlichten
2. Twee rode achterlichten
3. De dimlichten
A. Alleen 1
B. 1 en 2
C. 1,2 en 3
Ik snap dat je de standlichten moeten aandoen en de achterlichten ook, maar is het altijd dat je twee rode achterlichten moet aansteken? In LES 11 lijkt het namelijk dat er wordt gezegd dat er één of twee rode lichten moeten branden.
Artikel 31. Gebruik van de lichten bij het stilstaan en parkeren
31.1. Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, moet de aanwezigheid op de openbare weg van de hierna vermelde voertuigen, weggebruikers en dieren, op de volgende wijze gesignaleerd worden:
31.1.1. Motorvoertuigen, met uitzondering van de tweewielige bromfietsen, volgens de voorgeschreven uitrusting:
vooraan, door één of twee witte of gele standlichten;
achteraan, door één of twee rode lichten.
Evenwel :
1° bij mistig weer, sneeuwval of felle regen, mogen dimlichten of voormistlichten gebruikt worden;
2° bij mistig weer, sneeuwval of felle regen mogen ook de achtermistlichten gebruikt worden;
Volgens de uitrusting, heeft je auto vooraan 2 standlichten, en achteraan 2 rode achterlichten. Dus in de basis, is dat ook hetgeen je moet ontsteken.
Zoals je terecht opmerkt, voorziet de wegcode inderdaad in een uitzondering op die regel :
3° binnen de bebouwde kommen mogen de standlichten en de rode achterlichten vervangen worden door een parkeerlicht, wanneer het voertuig evenwijdig met de aslijn van de rijbaan geplaatst is en er geen aanhangwagen gekoppeld is.
Alleen het parkeerlicht dat zich aan de kant van de aslijn van de rijbaan bevindt, mag gebruikt worden.
Maar de oefenvraag, gaat dus over de basisregel, en niet over de toegestane uitzondering op die regel.
Verder is het zo, dat je onder déze omstandigheden zelfs helemaal géén verlichting moet gebruiken tijdens stilstaan of parkeren :
31.2. Het gebruik van de in artikel 31.1. voorgeschreven lichten is alleen verplicht wanneer de openbare verlichting niet toelaat het voertuig van op ongeveer 100 meter duidelijk te zien.
Het moet dan wél om openbare verlichting gaan. Dus niet om bvb omdat je geparkeerd bent voor een verlichte etalage van een winkel.
Goed autorijden, betekent vooral ook aan anderen denken




