Ik volg de richting van de groene pijl, exit rotonde. Er komt een fietser af van rechts die haaientanden heeft en dus in principe voorrang moet verlenen.
In de tegenovergestelde richting (rode pijl) vertraagt de auto bijna helemaal tot stilstand, vermoedelijk om de fietser door te laten. De rotonde was leeg dus hij moest niet stoppen voor andere weggebruikers. Ik rij rustig door, want ik had al opgemerkt dat de fietser haaientanden heeft.
De fietser besluit toch om te proberen voor mij de baan op te rijden, maar remt gelukkig laat af (Het voorste van haar band stond op de baan op het moment dat we kruisten). Ik reed al iets trager omdat ik het gevoel had dat ze dat ging doen.
Mijn moeder was toen wel even kwaad op mij. Wel terecht natuurlijk. Het blijven zwakke weggebruikers. Ze wist ook niet of ik de fietser al dan niet had gezien, dus in haar hoofd kon dit misschien nog veel erger afgelopen geweest zijn.
Wat doe ik best als dit op het examen gebeurt? Laat ik de fietser altijd door, ook al heb ik voorrang?
Of zullen ze zeggen op het examen dat ik daardoor onnodig mensen hinder of dat ik bijvoorbeeld niet goed oplet? Kan ik dan misschien bijvoorbeeld luidop zeggen: "Fietser heeft haaientanden, ik rij rustig door", zodat de examinator weet dat ik de fietser wel gezien heb en dat ik de haaientanden heb gezien?
Alvast bedankt!





