eugeen schreef: Ik rijd op een voorrangsweg.
De wegbeheerder heeft op een bepaalde plaats een doorlopend fietspad over de rijbaan geschilderd (dus niet een oversteekplaats)
Heeft de fietser, die gewoon zijn fietspad volgt daar voorrang
Of heeft de auto daar voorrang omdat hij op een voorrangsweg rijdt?
Het gaat hier om een kruispunt van een openbare weg die voorzien is van voorrangsborden B9 (gele ruit met witte rand) met een andere openbare weg, die enkel een fietspad omvat, en volgens de ons door Eugeen medegedeelde gegevens niet voorzien is van voorrangsborden B1 (omgekeerde driehoek) of B5 (stopteken).
Wat betreft de voorrangsregeling aan de kruispunten, mogen de bestuurders op de voorrangsweg er dus van uitgaan dat ze geen voorrang moeten verlenen aan de fietser.
De fietser van zijn kant mag, bij gebrek aan voorrangsborden op de door hem gevolgde weg, ervan uitgaan dat op het kruispunt de voorrang van rechts geldt, zodat hij enkel voorrang dient te verlenen aan de ten opzichte van hem van rechts komende bestuurders.
Nochtans beperkt de betekenis van het voorrangsbord B9 (gele ruit met witte rand) zich tot de voorrangsregels op de kruispunten, en ontslaat het de bestuurders op een voorrangsweg niet van hun verplichting om voorrang te verlenen aan alle andere weggebruikers bij het uivoeren van een maneuver, zoals het oversteken van een gedeelte van de openbare weg dat niet voor hen voorbehouden is (in casu een fietspad).
Ik meen hieruit te mogen besluiten dat de fietser voorrang heeft (wat niet wegneemt dat het een uiterst gevaarlijke situatie is).
[quote] eugeen schreef: Ik rijd op een voorrangsweg.
De wegbeheerder heeft op een bepaalde plaats een doorlopend fietspad over de rijbaan geschilderd (dus niet een oversteekplaats)
Heeft de fietser, die gewoon zijn fietspad volgt daar voorrang
Of heeft de auto daar voorrang omdat hij op een voorrangsweg rijdt? [/quote]
Het gaat hier om een kruispunt van een openbare weg die voorzien is van voorrangsborden B9 (gele ruit met witte rand) met een andere openbare weg, die enkel een fietspad omvat, en volgens de ons door Eugeen medegedeelde gegevens niet voorzien is van voorrangsborden B1 (omgekeerde driehoek) of B5 (stopteken).
Wat betreft de voorrangsregeling aan de kruispunten, mogen de bestuurders op de voorrangsweg er dus van uitgaan dat ze geen voorrang moeten verlenen aan de fietser.
De fietser van zijn kant mag, bij gebrek aan voorrangsborden op de door hem gevolgde weg, ervan uitgaan dat op het kruispunt de voorrang van rechts geldt, zodat hij enkel voorrang dient te verlenen aan de ten opzichte van hem van rechts komende bestuurders.
Nochtans beperkt de betekenis van het voorrangsbord B9 (gele ruit met witte rand) zich tot de voorrangsregels op de kruispunten, en ontslaat het de bestuurders op een voorrangsweg niet van hun verplichting om voorrang te verlenen aan alle andere weggebruikers bij het uivoeren van een maneuver, zoals het oversteken van een gedeelte van de openbare weg dat niet voor hen voorbehouden is (in casu een fietspad).
Ik meen hieruit te mogen besluiten dat de fietser voorrang heeft (wat niet wegneemt dat het een uiterst gevaarlijke situatie is).