Vraag 21
Op de plaats waar het vraagteken is aangebracht, mag ik niet parkeren op de rijbaan omdat ...
A. ... er een witte doorlopende streep is op de werkelijke rand van de rijbaan.
B. ... er een witte onderbroken streep is in het midden van de rijbaan.
volgens de antwoorden is het juiste antwoord B
maar ik denk dat als ik de theorie goed nalees, het juiste antwoord A zou moeten zijn of vergis ik me???




