Hallo,
Ik was bezig met de test van de A theorie.
Vraag 26 gaat over een fietsoversteekplaats.
Vraag luidt :
Op een oversteekplaats voor fietsers ...
A/ ... hebben fietsers altijd voorrang.
B/ ... hebben fietsers niet altijd voorrang.
C/ ... hebben fietsers altijd voorrang als ze met hun arm duidelijk maken dat ze de rijbaan oversteken.
Juiste antwoord = B.
Theorie rijbewijs A zegt :
Een OVERSTEEKPLAATS VOOR FIETSERS EN BROMFIETSERS bestaat uit witte vierkanten vlakken
Fietsers en bestuurders van bromfietsen die via deze oversteekplaats de rijbaan oversteken hebben geen voorrang, maar moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de rijbaan.
Theorie rijbewijs B zegt :
3. Oversteekplaats voor fietsers.
Om het oversteken te vergemakkelijken zijn er op de openbare weg oversteekplaatsen voor fietsers voorzien.
Bestuurders van een auto of motorfiets mogen deze oversteekplaats slechts met aangepaste matige snelheid naderen, om de overstekende weggebruikers die er zich op bevinden niet in gevaar te brengen. Indien nodig moet voorrang gegeven worden en moet men stoppen.
Stel fietser komt aan oversteekplaats.
A suggereert : wachten tot voertuigen passeerden, want geen voorrang
B suggereert : steek maar over want voertuig moet vertragen om fietser veilig te laten oversteken.
BR
Fietsoversteekplaats
-
bert.covens
- Berichten: 4824
- Lid geworden op: 13 sep 2009, 10:11
- Locatie: hemiksem
Re: Fietsoversteekplaats
Neen.
Aan een oversteekplaats voor fietsers, en bestuurders van tweewielige bromfietsen heb je als fietser/bromfietser geen voorrang. Je moet eerst naderend autoverkeer voorrang verlenen, alvorens je mag beginnen met oversteken.
Eénmaal de fietser/bromfietser er begonnen is met oversteken, en er komt pas dan een auto aangereden, dan moet die auto de fietser/bromfietser wél de gelegenheid laten het oversteken veilig te beëindigen. Dat is waar het bij B over gaat. Maar zolang de fietser/bromfietser dus nog niet begonnen is, moet hij autoverkeer eerst nog laten voorgaan. En dan pas mag hij oversteken.
Aan een oversteekplaats voor fietsers, en bestuurders van tweewielige bromfietsen heb je als fietser/bromfietser geen voorrang. Je moet eerst naderend autoverkeer voorrang verlenen, alvorens je mag beginnen met oversteken.
Eénmaal de fietser/bromfietser er begonnen is met oversteken, en er komt pas dan een auto aangereden, dan moet die auto de fietser/bromfietser wél de gelegenheid laten het oversteken veilig te beëindigen. Dat is waar het bij B over gaat. Maar zolang de fietser/bromfietser dus nog niet begonnen is, moet hij autoverkeer eerst nog laten voorgaan. En dan pas mag hij oversteken.
Goed autorijden, betekent vooral ook aan anderen denken




