Bij vraag nummer 426 waarom niet antwoord b?
Vraag:
De rode auto rijdt op de middelste rijstrook van de autosnelweg. Rechts auto A en links auto B rijden behoorlijk traag.
De rode auto wil auto A links inhalen.
A. Hij vertraagt, gaat achter de auto B rijden en gebruikt kort zijn claxon, zodat auto B uitwijkt naar rechts.
B. Hij rijdt auto A gewoon voorbij.
C. Hij gaat achter auto B rijden, en wacht tot deze zelf naar rechts uitwijkt.




