Beste,
Bedankt voor je bericht met zeer zeker goede tips.
Quote: De tijdslimiet is eveneens uiterst stresserend.
Eerst en vooral spelen de zenuwen hierbij een (kleine rol). Maar de voornaamste reden is dat je nog niet 100% zeker bent van het antwoord.
Voorbeeld:
Quote: Verboden toegang, in beide richtingen, voor ieder bestuurder.
Stel dat men zou vragen.
a Mag een fietser in deze straat rijden?
b Mag een defecte auto die voortgeduwd wordt uit deze straat komen?
c Mag ik al wandelend naast mijn bromfiets klasse A in deze straat?
Dan moet je eigenlijk in één oogopslag het antwoord kennen.
Wat is belangrijk bij dit verkeersbord:
- Telt in beide richtingen
- Verboden toegang
- Telt voor iedere bestuurder
Wat staat in de vragen:
a FIETSER (= bestuurder / dus is al fout)
b DEFECTE AUTO DUWEN (= bestuurder / uit andere richting dus fout)
c WANDELEN NAAST BROMFIETS (= Voetganger / dus geen bestuurder / dus juist.
Quote: de strikvragen
Weet je, wij hebben haast alle vragen die op het examen gesteld worden, en eigenlijk zijn er geen strikvragen hoor. Het enige wat men met de formulering wil te weten komen is of de kandidaat echt de exacte betekenis van een regel of verkeersbord kent.
Stel bij de vorige voorbeeldvraag dat je niet weet dat 'iemand die een auto voortduwt' een bestuurder is, dan zou je ook kunnen denken dat dit een strikvraag was.
Begrijp je?
Quote: Hou vooral rekening met de tekst, en kijk heel goed naar de afbeeldingen.
Dit is echt heel belangrijk. Zelfs op dit forum mailen sommigen dat ze een fout op de site ontdekt hebben. Maar uiteindelijk blijkt dan dat ze de vraag fout hadden gelezen.
Voorbeeld:
Quote: Verboden toegang, in beide richtingen, voor ieder bestuurder.
Wordt er gevraagd: "Wie mag NIET in de straat" of wordt er gevraagd "Wie mag WEL in de straat". Bij deze twee vragen is het antwoord totaal verschillend.