Beste,
Omwille van het tweede antwoord, waar wel iets voor te zeggen valt, vind ik dit eerlijk gezegd wel een venijnige vraag.
Maar we moeten ons houden aan het verkeersreglement:
Quote: AR 40.4.2. Op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten, mag de bestuurder een oversteekplaats voor voetgangers slechts met matige snelheid naderen. Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden of op het punt staan zich erop te begeven.
Zoals je ziet, is de verplichting om voorrang te verlenen onvoorwaardelijk: er staat niet bij dat ze afhangt van wat een spoorvoertuig doet.
Het eerste antwoord, stoppen, is dus het juiste.
Als voetganger dien je te weten dat deze verplichting niet geldt voor de bestuurder van een spoorvoertuig. Integendeel:
Quote: AR 12.1. Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.
"Elke weggebruiker": niet alleen de bestuurders, maar ook de voetgangers moeten voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen.