Hallo,
Ik heb ad randum al een paar proefexamens afgewerkt. Ik heb echter een paar vragen die ik moeilijk in de theorie kan terugvinden, of soms vragen die een beetje verwarrend zijn voor mij.
565
--------------------------------------------------------------------------------
Je wil bij het eerstvolgende kruispunt linksaf slaan.
Waar rijd je op de rijbaan?
A/Rechts.
B/In het midden.
C/Links.
Antwoord = links. Volgens mij blijft het antwoord hetzelfde indien er meerdere rijstroken zijn, juist? Dan kies je de meest linkse rijstrook volgens mij.
441
________________________________________
Mag ik mijn auto op die plaats parkeren?
A/Ja
B/Neen
Een aantal vragen hierbij, omdat ik de theorie hier precies moeilijk van kan terugvinden

:
Is het antwoord "neen" omdat de witte lijn er is?
Indien de witte lijn er is, ben ik dus verplicht om de auto gedeeltelijk op de rijbaan en gedeeltelijk op de berm te parkeren (zodat de voetgangers nog 1.5 meter vrij hebben aan de rechterzijde)?
Of mag je misschien helemaal niet parkeren op deze straat? Indien dat het geval is, waarom?
En dan nog een selectie uit de proefreeksen
proefreeks P:
376
________________________________________
De bestuurder van de bruine auto wil rechts afslaan.
A/ Hij mag dat.
B/ Dit is verboden.
Antwoord:A. Moet hij niet het gebod opvolgen van de witte pijl? Of is dit gebod voor het voorkeer in de zijstraat?
Bedankt!
Mvg,
Tom