Davor schreef:273
Ik rijd met mijn auto 120 km/uur en wil de autosnelweg verlaten.
A/ Ik rem pas van zodra ik op de afrit rijd.
B/ Ik rem vooraf, zodat ik veilig de afrit kan nemen.
Waarom A?
Sterk afremmen op de snelweg is ronduit gevaarlijk gezien het snellere achteropkomende verkeer..
Dat doe je best enkel indien het ook strikt noodzakelijk is.
Het veroorzaakt harmonica-files, waarbij de snelheid van het achteropkomende verkeerver onder de snelheid van de eerste afremmer duikt (tot stilstand toe) - wat dan NOG gevaarlijker is dan de eerste rembeurt op zich.
Maar het laatste woord daarover is zeker nog niet gezegd ...
Het
BIVV raadt zelf aan pas op de afrit te vertragen.
Op talloze afritten in Vlaanderen staan tegenwoordig echter borden waarmee men een snelheidsbeperking tot 90-70-50-zelfs 30 wil opleggen op de afritten !
Probleem met die snelheidsbeperkingen is eigenlijk altijd dat ze :
- onaangekondigd zijn, terwijl dat verplicht is bij een snelheidsvermindering van meer dan 20 km/u (en 120-90 is nog steeds 30 km/u)
- een snelheidsbeperking willen opleggen op een plaats waar een gevaarbord (scherpe bocht bvb) kan gebruikt worden (en tegenwoordig ook meer en meer gebruikt wordt); wat nadrukkelijk verboden is.
- een snelheidsbeperking opleggen op een plaats waar de bijzondere plaatsgesteldheid van de weg (scherpe bocht bvb) zelf al een snelheidsvermindering oplegt; wat nadrukkelijk verboden is.
- reeds een snelheidsbeperking tot 70 km/u opleggen "op de uitrit" terwijl dit bord nog voor of pal bij het begin van de uitrit-strook staat; om hieraan te voldoen op de uitrit, moet men dan trager rijden dan 70 op de doorgaande rijbaan van de snelweg, wat lager is dan de minimum-snelheid op de snelweg ... terwijl de snelheidsbeperking enkel geldt op de uitritstrook.
Wettelijke basis :
http://wegcode.be/wet.php?wet=11&node=art9#9.9
9.9. Verkeersbord C43. Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod te rijden met een grotere snelheid dan deze die is aangeduid.
1° Dit verkeersbord mag niet gebruikt worden op plaatsen waar :
a) de bijzondere plaatsgesteldheid duidelijk een snelheidsvermindering oplegt;
b) waar een gevaarsbord kan gebruikt worden behalve wat betreft het gevaarsbord A23 wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a, gebeurlijk met veranderlijke informatie, conform het artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en behalve wat betreft het gevaarsbord A51 wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a of zonale C43 met de vermelding 50 of zonale C43 met de vermelding 70 .
3° Wanneer een snelheidsbeperking wordt opgelegd buiten de bebouwde kom, moet het eerste verkeersbord C43 aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord, aangevuld met een onderbord van het type Ia van bijlage 2 tot dit besluit, indien het verschil tussen de maximale toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u. bedraagt.
http://wegcode.be/wet.php?wet=1&node=art65#65.6
65.6 Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.
Wanneer een verkeersbord slechts betrekking heeft op een uitrit rechts van de rijbaan die in rijstroken is verdeeld, wordt het aangevuld met een onderbord van volgend model :
http://wegcode.be/wet.php?wet=1&node=art21#21.2
21.2. Behalve wanneer een lagere snelheid wordt opgelegd door het verkeersbord C43, mag geen enkele bestuurder op een autosnelweg met een lagere snelheid rijden dan 70 km per uur. Hij moet evenwel zijn snelheid regelen overeenkomstig de bepalingen van artikel 10.1.