Hallo,
ik was de oefenvragen van de wegmarkeringen aan het oplossen tot ik bij vraag 22 een foutje maakte.
Op de tekening staan een witte doorlopende streep in het midden en langs de kant en de vraag was:
Je rijdt met de blauwe auto.
Op die plaats mag je ...
A/ ... stilstaan.
B/ ... parkeren.
C/ ... niet stilstaan en niet parkeren.
Ik koos voor C want je mag toch niet parkeren of stilstaan langs een doorlopende streep? En toen kreeg ik de melding:
Witte onderbroken streep op witte doorgetrokken streep: parkeren verboden, stilstaan mag.
Heb ik ergens over gelezen??