door Jozef » 11 dec 2007, 16:36
Het is aquaplaning, niet aquaplanning.
Aquaplaning ontstaat wanneer er een laag water op het wegdek ligt, en de banden dat water niet meer in voldoende mate kunnen afvoeren. De banden verliezen dan contact met het wegdek, zodat je geen stuur- en remkrachten meer kunt overbrengen op het wegdek. De wagen glijdt over het water (vandaar de benaming: aqua = water en planing = glijdend) naar waar de helling van het wegdek en de wind hem drijven.
Bij aquaplaning moet je onmiddellijk ontkoppelen en van de rem afblijven. Het is immers de bedoeling dat de wielen, van zodra de banden weer contact krijgen met het wegdek, hun omwentelingssnelheid gemakkelijk weer kunnen aanpassen aan de snelheid van de wagen, zonder dat ze daarbij door de motor of de remmen gehinderd worden.
Bovendien moet je het stuurwiel in de rechtuitstand laten staan. Je wil immers niet dat de wagen, zodra de voorbanden weer contact hebben met het wegdek, plots een andere kant oprijdt.
Aquaplaning is een uiterst gevaarlijke situatie, die niet zelden fataal afloopt. Wettelijk moeten de banden een profieldiepte hebben van minstens 1,6 mm, doch op nat wegdek is dit onvoldoende om veilig te rijden. Vervang gewone banden van zodra de profieldiepte nog slechts 3 mm bedraagt, en winterbanden van zodra de profieldiepte nog slecht 4 mm bedraagt.
Verder is het vermijden van aquaplaning een kwestie van met een aangepaste snelheid te rijden en goed uit te kijken naar plaatsen waar veel water op het wegdek staat. Bij een stortbui kan dit vrij vlug voorkomen.
Het is aquaplaning, niet aquaplanning. :wink:
Aquaplaning ontstaat wanneer er een laag water op het wegdek ligt, en de banden dat water niet meer in voldoende mate kunnen afvoeren. De banden verliezen dan contact met het wegdek, zodat je geen stuur- en remkrachten meer kunt overbrengen op het wegdek. De wagen glijdt over het water (vandaar de benaming: aqua = water en planing = glijdend) naar waar de helling van het wegdek en de wind hem drijven.
Bij aquaplaning moet je onmiddellijk ontkoppelen en van de rem afblijven. Het is immers de bedoeling dat de wielen, van zodra de banden weer contact krijgen met het wegdek, hun omwentelingssnelheid gemakkelijk weer kunnen aanpassen aan de snelheid van de wagen, zonder dat ze daarbij door de motor of de remmen gehinderd worden.
Bovendien moet je het stuurwiel in de rechtuitstand laten staan. Je wil immers niet dat de wagen, zodra de voorbanden weer contact hebben met het wegdek, plots een andere kant oprijdt.
Aquaplaning is een uiterst gevaarlijke situatie, die niet zelden fataal afloopt. Wettelijk moeten de banden een profieldiepte hebben van minstens 1,6 mm, doch op nat wegdek is dit onvoldoende om veilig te rijden. Vervang gewone banden van zodra de profieldiepte nog slechts 3 mm bedraagt, en winterbanden van zodra de profieldiepte nog slecht 4 mm bedraagt.
Verder is het vermijden van aquaplaning een kwestie van met een aangepaste snelheid te rijden en goed uit te kijken naar plaatsen waar veel water op het wegdek staat. Bij een stortbui kan dit vrij vlug voorkomen.