Beste Lilly,
De bestuurder die een maneuver uitvoert (zoals keren in een straat), moet
alle andere weggebruikers (ook de voetgangers en de bestuurders van dieren) voorrang verlenen (wat ze ook doen of laten).
Vóór het uitvoeren van een maneuver, moet je dus eerst alle weggebruikers voorrang verlenen waar je op dat ogenblik rekening kunt mee houden. Als er dus bijvoorbeeld een auto achter jou nadert wanneer je wil keren in een straat, dan ontsteek je je
rechter richtingsaanwijzers om aan te geven dat je rechts van de rijbaan gaat stoppen om hem doorgang te verlenen.
Nadert er een weggebruiker tijdens het uitvoeren van je maneuver (zelfs een voetganger die achter jouw auto de rijbaan wil oversteken), dan onderbreek je je maneuver zodanig dat je hem doorgang kunt verlenen.
Concreet komt het er dus op neer: verleen voorrang aan alle weggebruikers met wie je op een bepaald ogenblik rekening kunt houden. Nadert er een auto terwijl je dwars over de rijbaan staat, dan laat je hem door zo snel je kunt.
Je hoeft je daarbij niet op te jagen. Elke bestuurder moet kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.
