@ Bakkers:
Je vriend zegt dat hij twee boetes gaat krijgen.
De politie kan evenwel geen geldboetes opleggen. Politiebeambten kunnen enkel een proces-verbaal opstellen waarin zij vermelden welke feiten ze vastgesteld hebben, en waarom ze van mening zijn dat deze feiten een overtreding inhouden.
De Politie kan dan een onmiddellijke inning voorstellen, en indien deze niet betaald wordt, kan het Parket een minnelijke schikking voorstellen (verval van strafvordering mits betaling van een geldsom).
De betrokken politieagenten hebben dan ook wellicht gezegd of bedoeld dat er tegen je vriend twee overtredingen zullen weerhouden worden. Voor deze overtredingen zal er geen onmiddellijke inning of minnelijke schikking volgen: tenzij het parket ze seponeert (= klassert zonder gevolg, wat hoogst onwaarschijnlijk is), zal je vriend gedagvaard worden voor de politierechtbank.
Gezien de samenloop van beide zware overtredingen, ziet het er voor je vriend niet rooskleurig uit. Ik geef hierna de wetteksten weer die de mogelijke straffen vermelden. De rechter kan een deel van de straffen met uitstel uitspreken.
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
Wat betreft het overtreden van de bepalingen betreffende het rijbewijs:
Artikel 30
§ 1. Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro, wordt gestraft hij die :
1° een motorvoertuig bestuurt zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs;
Dit is wat je vriend gedaan heeft: hij was niet in het bezit van een rijbewijs dat geldig was om het voertuig op dat ogenblik te besturen.
Wat betreft de alcoholopname:
Artikel 34.
§ 1. Met geldboete van 25 euro tot 500 euro wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0, 22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft.
Artikel 38.
§ 1. De rechter kan het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken :
1° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 34, 37, 37bis, § 1er, of 62bis;
...
De vervallenverklaringen uitgesproken krachtens deze paragraaf bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar; zij kunnen evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar of voorgoed indien de schuldige binnen de drie jaar vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is wegens een van deze overtredingen.
Let op: bovenstaande geldboetes moeten met 5,5 vermenigvuldigd worden voor de opdeciemen.